Ouderen hoeven de nieuwe technologie niet meer aan te leren, jongeren zullen dat wel voor hen doen. Ouderen willen niet van jongeren leren en zeker de nieuwe technologie niet. Ouderen zijn er in geuren en kleuren: 55-plus, 65-plus en 85-plus. Ouderen en leren is geen voor de hand liggende combinatie, zeker niet wanneer het over digitale vaardigheden gaat. De smartphone en de tablet vinden hun weg ook naar de ouderen. Het zijn echter maar de dragers van een onuitputtelijke bron van toepassingen. De digitale kloof is complexer dan het wel of niet hebben van goed internet. Het gaat nu ook zeker over breed gebruik van applicaties.

Is de digitale kloof wel overbrugbaar?

Het gaat te vlug, zelfs voor jongeren gaat het stevig door. Wat vandaag geleerd wordt, is morgen verouderd. Wat moeten de ouderen juist leren? Misschien is het goed dat senioren op jongere generaties kunnen rekenen. Op die manier zijn ze net verbonden. Mag het dan niet rustiger zonder scherm en gedoe? Zijn de alternatieven van de e-wereld niet waardevol genoeg? Digitale communicatie is voor ouderen een eigenaardige combinatie: als het digitale toeneemt gaat juist de communicatie afnemen. Ouderen houden vast aan traditionele zaken. Een tekenend voorbeeld zijn de doodsbrieven. Het is gekend de overlijdensberichten worden minder rondgestuurd. De families plaatsen de brief vaak alleen online. Het condoleren gebeurt dan ook via die weg. Hoe meer op dat kanaal ingezet wordt, hoe kleiner de behoefte om de doodsbrieven nog te drukken. Ouderen zonder internet zijn vaak de meest geïnteresseerden en door deze verandering de minst geïnformeerden.

We zijn mee, zonder uitzondering

Het is geweten dat ouderen de regie graag in eigen handen houden. Elke stap in het verwerven van digitale vaardigheden is waardevol. Blijven leren is voor ouderen van onschatbare waarde. Door de nieuwe technologie hoort de senior er helemaal bij.

Leren is aangenaam en verruimt de horizon

Er is heel wat aanbod voor senioren om digitaal te kunnen leren. De bibliotheken in Vlaanderen hebben bijzondere aandacht voor dit thema. Ouderen zijn geholpen met korte laagdrempelige opleidingen bij voorbeeld rond het praktische gebruik van een tablet. Er is een groot aanbod van vormingen rond de nieuwe technologie, maar de lokale ‘digitale eerstehulppost’ bereikt gemakkelijker de kwetsbare ouderen. Ouderen leren graag als het frustraties wegwerkt. Ouderen leren graag van jongeren. De motivatie om te leren mailen vergroot spectaculair als er ook iemand is om naartoe te mailen. Vastlopen, daar houden ze duidelijk niet van, dat willen ze met ondersteuning vermijden. Intergenerationeel de basisvaardigheden bijbrengen, dat moet herhaaldelijk gebeuren. Stapsgewijs leren, geeft vertrouwen. De ouderen voelen dat het lukt. Samen leren jong en oud is een meerwaarde. Grootouders leren de smartphone gebruiken via de kleinkinderen. Een klas bezoekt bewoners van een woonzorgcentrum om te werken rond de tablet. Intergenerationeel leren is fijn. Het is een verrijkende ontmoeting. Na een tijdje oefenen zal de senior zelf op ontdekking gaan en het plezier ervan ontdekken.

Om volwaardig te kunnen participeren, moet je leren

Leren is een sociaal gebeuren. Leren over de nieuwe technologie vergroot de mogelijkheden om ook digitaal te ontmoeten. Het vergroot het netwerk van mensen. Ouderen moeten bij het online-gebeuren kunnen, om mee te doen en mee te zijn met weten. Op sociale media gebeurt er veel. Steeds meer en meer gaan diensten online. Internetbankieren wordt nu ook mobiel bankieren. Participeren in beleid veronderstelt mee te zijn met e-Overheid. Een hoop informatie staat online. Digitale flexibiliteit wordt wel verwacht. Het participeren in het economisch gebeuren is belangrijk. De overheden, ook de lokale draagt verantwoordelijkheid voor de uitrol van de digitale inclusie.

Plezier van ontmoeten staat voorop

Jong en oud vinden elkaar in activiteiten. Ze behoren tot een groep of een gemeenschap. Vaak hebben ze niet zo verschillende interesses. Ze leren elkaars wereld kennen en zo groeit er wederzijds respect.

De cijfers spreken boekdelen

De studiedienst van de Vlaamse regering publiceerde onlangs ‘20 jaar peilen in Vlaanderen’. Een van de onderzoeksvragen is of er voldoende aandacht is voor mensen die nog niet mee zijn met de nieuwe technologie. Mediawijsheid en digitale geletterdheid zijn essentieel om hieraan tegemoet te komen. Beleid draagt de verantwoordelijkheid voor burgers die de digitale boot lijken te missen. Het drama van de vernieuwing is dat wanneer het saturatiepunt voor de koplopers niet bereikt is, de achterblijvers niet kunnen bijbenen en de digitale kloof nog steeds meer toeneemt. De smartphone is een goed voorbeeld om dit te illustreren: in 2015 gebruikt 55% van de Vlamingen een smartphone. Van de 61- tot 85-jarigen is dat slechts 16%. Bovendien is dat voor de laatste groep slechts met een beperkt aantal toepassingen op het toestel. Als deze percentages naast die van de vorige meting van 2013 worden geplaatst, is het ondanks toegenomen gebruik toch zo dat de kloof groter is geworden. Een recente Europese studie wijst in dezelfde richting. 76% van de Europese burgers gaat wekelijks online. Voor ouderen is dat meer dan 20 procentpunten lager. Bijna 40% van de Belgen heeft geen of slechts lage digitale vaardigheden.

Het mag anders, maar niet in die mate dat een belangrijke doelgroep uitvalt

Respect moet er zijn voor wie alternatieve niet digitale kanalen wenst. Niet iedereen wil in de tredmolen zitten van steeds nieuwe toestellen en applicaties.

Wat als iemand wel wil aansluiten?

Dan zijn er leersessies nodig: structureel jong en oud samenbrengen rond de nieuwe technologie. Kleinkinderen zijn aantrekkelijke leermeesters voor grootouders. Een ander mooi voorbeeld is leerlingen of studenten in contact brengen met geïnteresseerde bewoners van een woonzorgcentrum. Samen jong en oud de bibliotheek als een ontmoetingsplek opzoeken waar samen gewerkt kan worden met smartphone of tablet. Vormingen volgen met een goede mix van generaties. Kortom de ouderen aan de apps!

Een prachtig voorbeeld uit een heel ander domein

Exemplarisch is recent onderzoek rond intergenerationeel werken binnen dans. De jonge choreograaf, Seppe Baeyens, legt in zijn projecten met dans als taal verbinding tussen verschillende generaties. De woordenloze ontmoeting die Seppe vanuit dans kan starten ziet hij als een universele taal die jong en oud kan verenigen. Voor de voorstelling Tornar vertrekt hij vanuit de idee om terug een gemeenschap op te bouwen na de doortocht van een tornado. Met de tornado als een metafoor voor de afbrokkelende solidariteit tussen de generaties. In zijn projecten merkt hij hoe ouderen en kinderen naar elkaar toe groeien. Waar er in het begin sprake is van aftastend samenwerken, gaat dit over naar vertrouwd en fysiek met elkaar omgaan. Het delen van een theatrale ruimte ziet hij als een startpunt voor verbinding tussen de generaties. Wat hier voor dans werkt, geldt eveneens voor de nieuwe technologie.

Hap toe 55-plussers

Er is een groep ouderen die de digitale boot lijkt te missen. Dan wordt het moeilijker om erbij te horen. Maar als jong en oud het plezier ontdekken van ontmoeten en daarbij de nieuwe technologie leren gebruiken, dan zullen ze samen beter participeren. Samen jong en oud, app toe!