Welke evoluties stelt u vast in de investeringswereld?

“De investeringswereld is veel globaler geworden. Enerzijds wordt er vanuit België steeds meer internationaal geïnvesteerd, anderzijds vinden alsmaar meer internationale investeerders ook de weg naar België. Door deze internationalisering is de concurrentie sterk toegenomen. Bovendien zijn specialisatie en kennis van de sector belangrijker geworden. Fondsen die in staat zijn om bedrijven op diverse manieren te ondersteunen, hebben vandaag een voet voor, zelfs al bieden ze een lagere waardering. Zulke ondersteuning kan gebeuren met eigen kennis, maar ook via samenwerkingen of door deel uit te maken van een ecosysteem.”

“De waarderingen zijn sterk de hoogte ingegaan. Dat heeft een duw gegeven aan de snelheid waarmee bijvoorbeeld de due diligence dient te gebeuren. De hogere waarderingen verhogen uiteraard ook de risico’s voor investeerders, maar ze zorgen er wel voor dat bedrijven snel een voorsprong kunnen uitbouwen.”

 

Wat zijn vandaag de belangrijkste uitdagingen voor u als investeerder?

“Door de hogere waarderingen zijn de kapitaalrondes veel groter geworden. Terwijl het vroeger vaak ging om 1 of 2 miljoen euro, is dat nu al snel gemiddeld 15 tot 20 miljoen euro. Investeringsfondsen die bijvoorbeeld slechts over 70 miljoen euro beschikken, moeten dus grotere risico’s nemen om te kunnen blijven meespelen. Bedrijven van hun kant zijn dan weer eerder geneigd om in zee te gaan met één grote investeerder, in plaats van meerdere kleine investeerders.”

 

Hoe scheidt u bij start-ups het kaf van het koren?

“Door al twintig jaar actief te zijn als investeerder, heb ik intussen natuurlijk aardig wat fingerspitzengefühl opgebouwd. Toch zijn er bepaalde criteria die steeds goed moeten zitten om een start-up interessant te maken. Zo is het onder andere belangrijk dat start-ups bestaan uit een sterk team, dat ze een goed product aanbieden, dat er in de markt een zekere nood is aan dat product, enz.”

Fondsen die in staat zijn om bedrijven op diverse manieren te ondersteunen hebben vandaag een voet voor, zelfs al bieden ze een lagere waardering.

“In de technologiesector is het bovendien erg belangrijk dat start-ups met hun product in staat zijn om de tijd van hun klanten of eindgebruikers te reduceren. Ze moeten met andere woorden efficiëntie aanbieden. Die efficiëntie moeten ze ook doortrekken naar hun eigen bedrijfsvoering. Dat kan onder andere door deel uit te maken van een ecosysteem, want zo kunnen ze vaak sneller naar de markt gaan.”

 

Hoe bent u gestart en geëvolueerd als investeerder?

“Mijn ervaring als investeerder is begonnen toen ik in 1997 het risicokapitaalfonds van het toenmalige Gemeentekrediet opzette en mocht leiden. De bank vroeg mij hiervoor omdat ik als student een thesis had gemaakt over private equity, waar in die tijd nog haast geen sprake van was. De uitbouw van dat fonds gebeurde met vallen en opstaan, maar ik heb hier wel enorm veel uit geleerd.”

“Tussen 2000 en 2014 werd ik zelf ondernemer en richtte ik Clear2Pay op. Ook investeerde ik in die periode in meerdere technologiebedrijven of hielp ik deze mee oprichten. In 2014 startte ik samen met Bart Luyten Smartfin Capital op. Met dat fonds investeren we in technologiebedrijven over heel Europa. Dankzij de combinatie van investeerders- en ondernemerservaring in start-ups en scale-ups, en in grote en kleine bedrijven, heb ik dus een goed praktisch inzicht en een ruim netwerk uitgebouwd. Net dat is vandaag erg belangrijk als investeerder in technologiebedrijven. Je moet er zelf hebben ingezeten.”

 

Wat zijn de troeven en pijnpunten van Belgische bedrijven?

“Veel Belgische bedrijven zijn B2B-gericht. Wanneer deze succesvol worden, is de groeicapaciteit echter vaak beperkt. De echte groei- en succesverhalen zijn meestal B2C-bedrijven. Het voordeel van B2B is wel dat het minder kapitaalsintensief is. België is ook een nichemarkt, er zijn hier intussen heel wat clusters ontstaan, zoals health & biotech, fintech, techologie, enz.”

Veel traditionele bedrijven hebben het potentieel om via digitalisering enorme winstmarges te realiseren.

“Qua skill set moeten we in België niet onderdoen voor bijvoorbeeld de VS. Daarnaast is de levenskost hier laag en scoren we goed op het vlak van levenskwaliteit. Hierdoor kunnen onze bedrijven gemakkelijk goede mensen aantrekken en behouden. Tot slot is de Belgische markt vanwege de beperkte grootte voor veel bedrijven een interessante testmarkt. Het nadeel van die beperkte grootte is dan weer dat onze bedrijven relatief snel moeten internationaliseren om verder te kunnen groeien.”

 

Waar verwacht u het komende jaar het meeste potentieel?

“Veel traditionele bedrijven hebben het potentieel om via digitalisering - en de efficiëntie die daarmee gepaard gaat - enorme winstmarges te realiseren. Het komt er dus op aan om die bedrijven te kopen, hen te digitaliseren en ze dan vervolgens met een grote meerwaarde terug te verkopen. Daarnaast zie ik nog heel wat potentieel in de Belgische healthtech. Door die bedrijven te verzamelen in een cluster, kunnen zij uitgroeien tot internationale spelers.”